Filantropie vanuit vertrouwen

Geven vanuit wederkerigheid, gelijkwaardigheid en lange termijn impact

Filantropie vanuit vertrouwen

Filantropie heeft diepe wortels in Nederland, met een lange traditie van vrijwillige inzet en geven door burgers, kerken, bedrijven en vermogensfondsen. Vanuit vrijgevigheid en sociale samenhang worden sociale en maatschappelijke kwesties het hoofd geboden. Met 365 FIN-leden en 4.500 ANBI-organisaties is het filantropische landschap zeer omvangrijk en inmiddels een onlosmakelijk onderdeel van onze samenleving geworden.

In de huidige maatschappelijke context, gekenmerkt door een terugtrekkende overheid, gemeentelijke bezuinigingen en stijgende kosten, neemt de druk op het maatschappelijk middenveld toe om haar rol te pakken in dit complexe speelveld. Dit roept vragen op over de manieren waarop maatschappelijke organisaties en filantropie in samenspel met elkaar effectief en duurzaam impact kunnen maken. Op basis van vertrouwen, gelijkwaardigheid en een gedeelde maatschappelijke ambitie.

Financiering van maatschappelijke organisaties en goede doelen door filantropische instellingen speelt een belangrijke rol en ordent zich langs een spectrum van volledig geoormerkt tot volledig ongeoormerkt. Waar geoormerkte financiering sturing biedt maar de flexibiliteit van organisaties kan beperken, geeft ongeoormerkte financiering ruimte voor maatwerk, al kan dit spanning opleveren wanneer onduidelijk is waarvoor en hoe middelen worden ingezet. De sleutel ligt in een balans tussen vertrouwen, maatwerk, transparantie en effectiviteit, afgestemd op doelstellingen, thematiek en uitvoering. Hoewel er al kennis beschikbaar is over geven vanuit vertrouwen—via tafels, evenementen, artikelen, (wetenschappelijke) onderzoeken, pilots en boeken—blijft die versnipperd en ontbreekt een doorbraak. Fondsen die intrinsiek gemotiveerd zijn om structuren vanuit vertrouwen te organiseren, doen dit elk op hun eigen manier, terwijl veel andere fondsen nog zoeken naar concreet handelingsperspectief om dit in de praktijk vorm te geven.

Vier thema’s staan centraal:

Thema 1: Balans tussen verantwoording en vrijheid

Filantropische organisaties hebben de verantwoordelijkheid om intern inzichtelijk te maken waar middelen naartoe gaan en welke resultaten daarmee worden behaald. Dat heeft invloed op de relatie met de ontvangende organisaties, die op hun beurt ook moeten kunnen laten zien hoe zij de ontvangen fondsen hebben ingezet. In de praktijk kan dit ertoe leiden dat ontvangers de relatie soms als minder gelijkwaardig ervaren, door de nadruk op verantwoording en administratieve processen. Dit kan bovendien extra tijd en capaciteit vragen, waardoor er minder ruimte overblijft voor het inhoudelijke werk.

Thema 2: Resultaat en impact

Filantropische organisaties formuleren vaak brede maatschappelijke ambities, gericht op het stimuleren van systeemverandering. Ontvangende organisaties werken daarentegen veelal op lokaal of thematisch niveau en richten zich op het aanpakken van concrete vraagstukken. Hierdoor kunnen verschillen ontstaan in schaal, ambitie en tijdshorizon. Wanneer fondsen verwachten dat maatschappelijke organisaties bijdragen aan bredere transities, kan dat spanning opleveren met de dagelijkse praktijk van deze organisaties. Een verschil in verwachtingen kan ertoe leiden dat organisaties zich overvraagd voelen of hun koers (deels) afstemmen op de prioriteiten van de financier, wat de focus op hun eigen missie kan beïnvloeden.

Thema 3: Financiering en (on)afhankelijkheid

Veel maatschappelijke organisaties beschikken over een beperkte financiële basis. Zij zijn vaak afhankelijk van tijdelijke projectfinanciering en incidentele giften, wat de continuïteit en strategische wendbaarheid onder druk zet. Filantropische organisaties kunnen hierin een stabiliserende rol vervullen, maar richten hun steun doorgaans op projecten in plaats van op structurele versterking van de organisatie. Hierdoor blijven cruciale onderdelen zoals governance, strategie en personeelsontwikkeling regelmatig onderbelicht. Tegelijkertijd neemt de afhankelijkheid van private middelen toe, mede door teruglopende publieke financiering. Dit vergroot de kwetsbaarheid van maatschappelijke organisaties en kan hun strategische autonomie beïnvloeden. Ook fondsen zelf zoeken naar een passende balans tussen hun maatschappelijke verantwoordelijkheid en de grenzen van hun mandaat.

Thema 4: Houding ten opzichte van terugtrekkende overheid

De terugtrekkende overheid schept zowel ruimte als spanning in het maatschappelijke domein. Filantropische organisaties worden steeds vaker aangesproken op hun rol in het publieke veld, maar verschillen in hun opvattingen daarover. Sommige fondsen willen nadrukkelijk niet de rol van de overheid overnemen, terwijl anderen juist proberen bij te dragen waar publieke middelen tekortschieten. Voor maatschappelijke organisaties is deze realiteit minder theoretisch: zij staan direct in contact met de mensen die gevolgen ondervinden van het wegvallen van publieke voorzieningen en kunnen niet eenvoudig afstand nemen. Hierdoor ontstaat een asymmetrie in verantwoordelijkheid. De opgave is om gezamenlijk een positie te bepalen die recht doet aan ieders rol, met oog voor de lange termijn en de publieke waarde die op het spel staat.

De centrale vraag: Hoe kunnen initiatiefnemers en financiers gezamenlijk verder vormgeven aan filantropie vanuit vertrouwen , met oog voor wederkerigheid, gelijkwaardigheid en langetermijnimpact?

Samen met fondsen en maatschappelijke initiatieven werken we aan het vormgeven van filantropie vanuit vertrouwen en aan de ontwikkeling van duurzame structuren die deze benadering ondersteunen. We beantwoorden de volgende centrale vraag: Hoe kunnen initiatiefnemers en financiers gezamenlijk verder vormgeven aan filantropie vanuit vertrouwen , met oog voor wederkerigheid, gelijkwaardigheid en langetermijnimpact?

 

Wat betekent filantropie vanuit vertrouwen?

Er bestaan verschillende interpretaties van wat filantropie vanuit vertrouwen precies inhoudt. Voor de één gaat het om het vereenvoudigen van aanvraag- en verantwoordingsprocedures, voor een ander om flexibele vormen van schenken, participatief of thematisch financieren, ongeoormerkte bijdragen, en meer.

Iedereen is het erover eens dat het uiteindelijke doel is om met alle beschikbare middelen zoveel mogelijk maatschappelijke impact te realiseren. Filantropie vanuit vertrouwen streeft naar diezelfde impact, maar vertrekt vanuit een bredere filosofie: een manier van denken en werken die structuren voortbrengt die dit type filantropie ondersteunen.

Toch ontbreekt er nog een eenduidige definitie. Zolang er geen overeenstemming bestaat over de fundamenten waarop filantropie vanuit vertrouwen rust, blijft onduidelijk welke structuren precies nodig zijn om deze benadering volledig en duurzaam vorm te geven.

 

Hoe versnellen we de beweging?

Samen met fondsen en maatschappelijke organisaties zetten we stappen richting een gezamenlijke visie op het thema filantropie vanuit vertrouwen. Dat vormt het startpunt voor versnelling en vanuit hier initiëren we duurzame samenwerkingen.

 

De visie

Op 26 november 2025 organiseren we een bijeenkomst met fondsen en maatschappelijke organisaties. Om in co-creatie een aantal denkrichtingen en concrete projectvoorstellen te ontwikkelen. Zodat we in 2026, want er is geen tijd te verliezen, kunnen starten met doen en ervaren, richting handelingsperspectief op korte termijn.

Het project dat we in co-creatie willen opzetten, zou naar onze mening en op basis van onze eerste verkenning van het vraagstuk aan de volgende uitgangspunten kunnen voldoen:

  1. Bieden van een uniforme en lange termijn handelingsperspectief voor gevers en ontvangers;
  2. Blijvende gezamenlijke inspanning t.b.v. vertrouwen en gelijkwaardigheid;
  3. Bouwen van duurzame relaties tussen gevers en ontvangers;
  4. Brede erkenning van onmeetbare impact en bereid om risico’s te nemen;
  5. Van controle naar vertrouwen;
  6. Ieder fonds/filantroop kan vanuit haar/zijn eigen context en mogelijkheden werken aan vertrouwen.

Het uiteindelijke resultaat zou daarbij moeten zijn dat maatschappelijke organisaties structureel, duurzaam en vanuit een gelijkwaardige positie met haar financiers kunnen werken aan oplossingen voor de uitdagingen van nu en in de toekomst.