‘Veel Nederlandse scholieren laat het koud: de democratie’

03-06-2021

Steeds meer professionals zijn bezorgd over spanningen uit de samenleving die in de klas voelbaar zijn. We zien ook bij jongeren een groeiend wij-zij denken; polarisatie. Deze zorgen en het artikel uit de Volkskrant (hieronder volledig te lezen) over spanningen in de klas bevestigen het belang van de 𝗪𝗜𝗝𝘀𝗰𝗵𝗼𝗼𝗹. Een school waarin jongeren van diverse achtergronden en culturen respectvol en vreedzaam met elkaar leren én leven. Voor de door ons gevormde Alliantie WIJschool zijn wij nog opzoek naar publieke en private partijen die de ontwikkeling van het WIJschool programma met expertise en middelen willen ondersteunen!

De onthoofding van hun Franse collega Samuel Paty heeft een deel van de Nederlandse docenten geschiedenis en maatschappijleer voorzichtiger gemaakt, blijkt uit een enquête. Maar de wereld wordt er niet minder controversieel op. En dan eist de politiek voor komend schooljaar ook nog eens beter burgerschapsonderwijs. Wat gaat hier mis?‘Sommige onderwerpen behandel ik niet meer’, schrijft een leraar. ‘Ik heb een gezin.’ Een andere docent schrijft: ‘Ik ben voorzichtiger geworden en ook banger.’ Een derde leraar: ‘Je spreekt minder gemakkelijk over controversiële onderwerpen uit angst voor intimidatie en geweld.’ Het zijn antwoorden op een open vraag die begin dit jaar aan Nederlandse leraren geschiedenis en maatschappijleer is gesteld. Welke invloed heeft de moord op de Franse leraar Samuel Paty op uw professioneel handelen?De vraag maakt deel uit van een enquête die de Vereniging van docenten in Geschiedenis en staatsinrichting in Nederland (VGN) en de Nederlandse Vereniging van Leraren Maatschappijleer (NVLM) hebben gehouden naar aanleiding van de moord. Het is voor het eerst dat de invloed van deze gebeurtenis op docenten in Nederland is gepeild.De moord maakte veel los in het Nederlandse onderwijs. De Franse leraar geschiedenis en maatschappijleer werd in oktober op straat onthoofd nadat hij Mohammed-cartoons had laten zien in een les over de vrijheid van meningsuiting. In de nasleep werden ook twee Nederlandse leraren bedreigd. De beroepsverenigingen delen de resultaten van de enquête deze week met hun circa 2.800 leden. Van de 141 leraren die de enquête invulden, zegt ruim eenderde (iets) voorzichtiger te zijn geworden na de moord op Paty. Ze bereiden hun lessen bijvoorbeeld beter voor, of zijn terughoudender met het tonen van aanstootgevend beeldmateriaal.

Of dit breder geldt in het onderwijs, valt op basis van deze enquête niet te zeggen, zegt Hessel Nieuwelink, lector burgerschapsonderwijs aan de Hogeschool van Amsterdam. ‘Het gaat hier niet om een doortimmerd wetenschappelijk onderzoek.’ De enquête geeft wel een inkijkje in een wereld waar we nog weinig van weten. De anonieme leraren vertellen openlijk over hun twijfels en hun angsten bij het bespreken van lastige onderwerpen; een hardnekkig probleem in het onderwijs. Het oplaaiende geweld tussen Israël en de Palestijnen, de dood van George Floyd door een agent in Minneapolis, de aanslag op het satirisch weekblad Charlie Hebdo: grote nieuwsgebeurtenissen woekeren de spanning in schoolklassen telkens aan. Veel van de leraren die in januari zeiden sinds de moord op Paty voorzichtiger te zijn geworden, zullen zich inmiddels ‘herpakt’ hebben, zegt Ton van der Schans, voorzitter van de VGN. ‘Tegelijkertijd weten we dat leraren al jaren worstelen met het bespreken van controversiële onderwerpen. Op sommige scholen wordt de Holocaust niet meer besproken. Dat gegeven zie ik niet snel veranderen.’

Hoe komt dat toch? En gaat de aangescherpte wet burgerschap die na de zomer van kracht moet zijn daar verandering in brengen? Vier belangrijke knelpunten op een rij.

1. Het burgerschapsonderwijs stelt nog weinig voor in Nederland

Veel Nederlandse scholieren laat het koud: de democratie. Tot die conclusie kwam de Universiteit van Amsterdam onlangs, op basis van grootschalig onderzoek onder leerlingen in de tweede klas van de middelbare school. Bijna de helft van de ondervraagde leerlingen zei het belangrijk te vinden in een democratie te leven. De rest had geen mening, of was het niet met de stelling eens.

Een paar jaar eerder bleek al uit een internationaal vergelijkend onderzoek dat Nederlandse jongeren minder over democratie weten dan leeftijdsgenoten in vergelijkbare landen als Denemarken of België. Scholen in Nederland doen bovendien relatief weinig aan burgerschap.

Scholen moeten er wel iets mee. In 2006 werd in de nasleep van de moord op Pim Fortuyn (2002) en Theo van Gogh (2004) vastgelegd in de wet dat scholen aandacht moeten besteden aan burgerschap. Critici hameren erop op dat de wet te vrijblijvend is: wat er precies van scholen verwacht wordt, is onduidelijk. Dat is al jaren een heet hangijzer in de Tweede Kamer. De angst om de vrijheid van onderwijs in te perken, won het tot nu toe van de wens om scholen duidelijke richtlijnen mee te geven.

Het gevolg is dat het burgerschapsonderwijs in de praktijk op veel scholen een ‘patchwork’ is van losse activiteiten en projecten waarin de samenhang ontbreekt, aldus de Onderwijsinspectie in een kritisch rapport uit 2016. Scholen weten vaak ook onvoldoende of leerlingen wat opsteken van de lessen burgerschap. Dat probleem is de nog altijd niet opgelost. De inspectie maakt zich nog steeds zorgen over de gebrekkige kwaliteit van het burgerschapsonderwijs, zo schreef de instantie dit voorjaar.

Het probleem is bovendien dat vakken waarin klassieke burgerschapsthema’s als democratie en de rechtsstaat structureel aan de orde moeten komen, weinig ruimte krijgen binnen het curriculum, zegt Hessel Nieuwelink. ‘Geschiedenis is voor leerlingen in de bovenbouw een keuzevak, afhankelijk van hun profiel. Maatschappijleer krijgen scholieren vaak maar beperkt.’

Scholen krijgen al ‘waanzinnig veel opdrachten over zich uitgestrooid’, zegt de lector burgerschapsonderwijs. Ze moeten niet alleen zorgen dat leerlingen de basisvaardigheden op orde hebben, maar ze moeten ook problemen als obesitas en drugsgebruik aanpakken. ‘Dan is het begrijpelijk dat er niet veel scholen zijn die prioriteit geven aan burgerschap.’

Er lijkt verbetering op komst. De wetgeving rondom burgerschap in het onderwijs wordt aangepast. In de nieuwe wet staat expliciet dat scholen leerlingen ‘respect voor en kennis van’ de democratische rechtsstaat moeten bijbrengen, waar het eerder bleef bij het wat vage ‘bevorderen van actief burgerschap’. Volgende week debatteert de Eerste Kamer over het nieuwe wetsvoorstel. De bedoeling is dat de wet komend schooljaar ingaat.

Dat is goed nieuws, zeg Nieuwelink. ‘Vanaf nu is voor alle scholen duidelijk dat ze hun leerlingen echt moeten gaan bijbrengen wat een democratie inhoudt.’ Toch is hij bang dat er in de praktijk niet veel verandert. ‘Deze wet gaat niet over een nieuw curriculum, waarbij er meer ruimte komt voor vakken als geschiedenis en maatschappijleer. Docententeams moeten het nog steeds met dezelfde tijd doen.’

Quinten en Lieve volgen de opleiding tot leraar maatschappijleer aan de Hogeschool van Amsterdam. Beeld Rebecca Fertinel
Quinten en Lieve volgen de opleiding tot leraar maatschappijleer aan de Hogeschool van Amsterdam.Beeld Rebecca Fertinel

2. De tenen worden langer en dat merken leraren

Driekwart van de Nederlanders maakt zich zorgen over toenemende polarisatie, signaleerde het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) twee jaar geleden. Onder docenten bestaan die zorgen ook. ‘De tenen lijken langer te zijn geworden’, schrijft een leraar die deelnam aan de enquête van de vakverenigingen VGN en NVLM. En de lontjes korter. Leerlingen zien dat ‘harde uitspraken opvallen’, schrijft een ander, en dat ‘controversiële opmerkingen maken, de norm is in de media’.

De islam, racisme, het slavernijverleden, seksuele diversiteit, de Armeense genocide, Black Lives Matter, het coronabeleid: de lijst met onderwerpen die volgens de leraren controversieel zijn, is lang.

Leerlingen die moeite hebben met deze thema’s hebben uiteenlopende achtergronden, zeggen de docenten. Ze onderscheiden grofweg twee groepen jongeren met wie veel van deze thema’s moeilijk te bespreken zijn: islamitische leerlingen en rechts-conservatieve leerlingen die leven in een ‘witte bubbel’.

De heftige en emotionele reacties van leerlingen worden vaak aangewezen als belangrijkste factor die het bespreken van een beladen onderwerp bemoeilijkt. ‘De leeftijd of opvoeding zorgt soms voor een zwart-wit-wereldbeeld’, zegt een van de docenten. Een andere docent wijst erop dat sommige leerlingen ‘geen rationeel debat kunnen of willen voeren’, maar dat emotie ‘de boventoon’ voert.

Maatschappelijke verdeeldheid is van alle tijden, aldus geschiedenisleraar en VGN-voorzitter Van der Schans. ‘Maar de laatste tien, vijftien jaar zie je veel meer discussie rond identiteit. Het wij-zij-denken neemt toe in de samenleving. Dat is te merken in de klas.’

De hoogoplopende discussies onder leerlingen zijn volgens directeur van Stichting School en Veiligheid Klaas Hiemstra een direct gevolg van de ‘verruwing’ in de maatschappij. ‘Als er iets gebeurt dat spanningen oplevert in de samenleving, dan sijpelt dat ook direct de klas binnen. Met alle ongenuanceerdheid die erbij komt kijken. Die heftigheid maakt alles ontzettend ingewikkeld. Zo’n gesprek kan met een felheid gaan waar je u tegen zegt.’

Die felle opvattingen gaan de laatste jaren niet zelden gepaard met complottheorieën. Dat ziet ook Diversion, een bureau voor maatschappelijke innovatie. Hun ‘peer educators’, jonge rolmodellen die tijdens de gastlessen hun eigen ervaringen inzetten om lastige gesprekken met leerlingen open te breken, kijken er nauwelijks meer van op. Ze horen leerlingen steeds vaker beweren dat de opkomst van Black Lives Matter een ‘Derde Wereldoorlog tussen zwarte en witte mensen’ zal ontketenen. Of dat Joodse, Turkse en Marokkaanse Nederlanders het ‘kwade brein’ zouden zijn achter Kick Out Zwarte Piet, een beweging die eropuit is de Hollandse cultuur ‘te ondermijnen, dan wel te vernietigen’. Soms worden ze geconfronteerd met hele klassen die ervan overtuigd zijn dat de beelden van de eerste corona-uitbraak in Italië nep zijn.

‘We ontvingen al jaren signalen vanuit het onderwijs dat desinformatie, nepnieuws en complottheorieën tot polarisatie leidden’, zegt Hannah Boerstra, die als adviseur is verbonden aan Diversion. ‘Maar sinds het uitbreken van de coronacrisis hebben complottheorieën een vlucht genomen.’ Het vergroot de spanningen, zegt ze. ‘Complottheorieën zijn verweven met discriminerende ideeën en werken vijanddenken in de hand.’

Sayonara en Pippa tijdens het college burgerschapsonderwijs van docent Berend Jan Mulder. Beeld Rebecca Fertinel
Sayonara en Pippa tijdens het college burgerschapsonderwijs van docent Berend Jan Mulder.Beeld Rebecca Fertinel

3. Leraren hebben hun monopolie op kennis verloren

Veel docenten komen uit een ander tijdperk, zegt Najib Tuzani, die als polarisatiedeskundige van adviesbureau Nuance door Training en Advies (NTA) scholen helpt met bemiddeling na incidenten in de klas. Ze zijn niet, zoals hun leerlingen nu, opgegroeid met internet, en komen daar soms minder goed in mee. Ga maar na, zegt Tuzani. Na een technologische revolutie volgt altijd een grote verandering in de samenleving.

Dat geldt ook voor de internetrevolutie, die de grote invloed van sociale media mogelijk heeft gemaakt. Leerlingen hechten steeds meer waarde aan informatie die zij via sociale media oppikken, terwijl oudere docenten juist minder zicht hebben op die wereld.

Neem het koloniale verleden van Nederland, zegt Tuzani. Met de opkomst van de Black Lives Matter-beweging – die niet in de laatste plaats groot is geworden door Instagram, Twitter en Facebook – groeide in Nederland ook het bewustzijn over ons eigen kolonialistische verleden. Het is een onderwerp dat leeft onder veel leerlingen, zegt Tuzani, maar aan sommige leraren voorbijgegaan is.

Volgens de polarisatiedeskundige hebben docenten de afgelopen twintig jaar hun monopolie op kennis verloren. Alles wat een leraar zegt, kan een scholier ter plekke controleren op zijn telefoon. Leerlingen vragen zich steeds vaker af of de leraar wel zo objectief en onbevooroordeeld is. ‘Wordt ons wel het echte verhaal verteld, denken ze dan, of wordt dit verhaal ons rooskleuriger voorgesteld dan het werkelijk was?’

De leraren maatschappijleer en geschiedenis die meededen aan de enquête van VGN en NVLM signaleren een vergelijkbare trend. Het bespreken van controversiële onderwerpen is de afgelopen jaren onder andere moeilijk geworden door de opkomst van sociale media, zeggen ze. Daar krijgen leerlingen allerlei informatie die ze ‘klakkeloos aannemen voor waar’, schrijft een docent bijvoorbeeld, het is ‘een hele klus om aan te tonen dat het genuanceerder ligt’.

Het gevolg, aldus Tuzani: leerlingen herkennen zich niet meer in de informatie die zij op school krijgen. De leraar verliest autoriteit in de klas als hij niet in verbinding staat met de leefwereld van leerlingen. ‘Het is alsof leraar en leerling in dezelfde klas zitten, maar naar twee verschillende speelfilms kijken.’

4. Docenten moeten het vaak zelf uitvogelen

Na de moord op de Franse leraar Samuel Paty riepen Onderwijsministers Arie Slob en Ingrid van Engelshoven scholen op om stil te staan bij het belang van de vrijheid van meningsuiting. Leraren konden bijvoorbeeld het gesprek aangaan met hun leerlingen over de heftige gebeurtenis, of een minuut stilte houden.

Directies van scholen hielden zich in die tijd vaak stil. Dat valt althans op te maken uit de enquête onder docenten geschiedenis en maatschappijleer. Slechts een kwart van de leraren werd naar eigen zeggen door de schoolleiding gestimuleerd om de moord met hun leerlingen te bespreken. Op enkele scholen werd dat door de schoolleiding zelfs actief afgeraden. Op veruit de meeste scholen stelde de directie zich volgens de ondervraagde leraren neutraal op.

Schoolleiders zullen het bespreken van controversiële onderwerpen niet snel aanmoedigen, zegt ook Van der Schans, voorzitter van geschiedenislerarenvereniging VGN. ‘Een schoolleider wil rust, wil escalatie voorkomen. Bovendien wordt vaak gedacht: de school moet al allerlei maatschappelijke problemen behandelen. We kunnen niet alles oplossen.’

Daarmee belandt het probleem in de praktijk op het bordje van de leraren, zegt Hannah Boerstra van Diversion. Zij hebben in de dagelijkse praktijk nou eenmaal te maken met spanningen in de klas. ‘Leraren hebben behoefte aan steun van hun bestuur. Maar ook aan concreet schoolbeleid over hoe je spanningen binnen de school moet aanpakken. Daar ontbreekt het vaak aan. Directies grijpen pas in als er al een conflict is. ’

Dat gebrek aan steun leidt tot voorzichtigheid bij docenten, zegt Boerstra. ‘Docenten vertellen ons dat zij wel weten dat leerlingen er ideeën op nahouden die niet passen bij de waarden van onze democratische rechtsstaat, maar dat ze het moeilijke gesprek uit de weg gaan. Dat betekent dat sympathieën die ingaan tegen deze waarden blijven sluimeren. Dat is gevaarlijk, wat ons betreft.’

Ook op lerarenopleidingen is er ruimte voor verbetering, vinden critici. Burgerschapsonderwijs komt nu nog beperkt aan bod, zegt Hessel Nieuwelink, die naast lector burgerschapsonderwijs ook lerarenopleider maatschappijleer aan de Hogeschool van Amsterdam is. ‘Nu wordt kennis over de democratische rechtsstaat alleen behandeld in de opleiding geschiedenis en maatschappijleer. Andere leraren lijken daar weinig over te leren. De nadruk ligt daar vooral op omgaan met culturele verschillen.’

Toen Nieuwelink in de jaren negentig van de vorige eeuw een lerarenopleiding volgde, ging het überhaupt niet over burgerschapsonderwijs. ‘Dus daar zie ik wel een positieve ontwikkeling in. Nu komt het in elk geval aan de orde.’

De vraag is alleen hoe groot is die ontwikkeling is. ‘Er is nog geen onderzoek gedaan naar wat studenten aan de lerarenopleidingen daadwerkelijk leren over burgerschapsonderwijs’, zegt Nieuwelink. ‘Maar ik denk niet per se: dat komt wel goed. Leraren krijgen al veel taken. Dat zal ook gelden voor de toekomstige generatie docenten als een fundamenteel probleem als het lerarentekort niet wordt aangepakt.’

Meer nieuws